Helder vs. Grim: 'Wat is eenzaam zijn?'

Deel 1

De lente!
Opkomende zonnestralen, gefluit in de bomen, alles groeit en bloeit.
Mensen maken nieuwe plannen. Ze dromen terug.
Iedereen rond me heeft vooruitzichten. Daarom niet altijd met volle goesting.
Maar ze worden verwacht.
Ze mogen ontmoeten.
Ze kunnen leren.
Ze horen ergens bij.

Ik blijf thuis. Mijn meet lijkt onbereikbaar.
Ik wil wel.
Ik wil ontmoeten.
Ik wil leren.
Eenzaamheid overvalt me.
Een gevangen gevoel.

Waarom kan ik niet ontmoeten?
Zou ik het opnieuw durven?
Zou ik het écht niet kunnen deze keer?
Ik twijfel.

Mijn Geweten komt achter het hoekje piepen.

G:  
‘Zou je dat wel doen?’
Weet je nog die keer dat je al jouw leerlingen liet zitten omdat je flauwviel in de klas?
Of die ochtend dat jouw partner je moest komen halen omdat je zat te hyperventileren op het werk?’

H:  
‘Ja, maar toen was onze dochter jong, studeerde mijn man én ging hij werken.
Er viel toen veel op mijn schouders.
Daarnaast hadden we ook nog andere zorgen.
Nu is het anders.’

G:  
‘Denk je dat nu echt?
Dat dacht je ook toen je jouw eigen praktijkje opstartte en na een jaar weer stopzette.’

H:
‘Ja, maar die situatie kan je ook niet vergelijken met nu.
Toen gaf ik onze dochter thuisonderwijs, moest ik een paar keer per week naar UZ Gent en woonde mijn schoonmama bij ons in.
Nu is het écht anders. Je zal het wel zien!’

G:  
‘Jij gelooft echt in sprookjes denk ik.
Is het niet maar een klein jaar geleden dat je zes uur per week probeerde te werken en je lichaam het terug volledig begaf?’

H:  
‘Doe niet zo negatief, Grim. Toen moest ik opboksen tegen negativisme op het werk. Dat kan je niet vergelijken met nu.’

G:
‘Jij je zin… probeer maar te werken en sociale contacten op te bouwen.
Maar kom achteraf niet klagen wanneer het weer niet lukt.’

H:  
‘Grim, begrijp je nu echt niet dat ik me eenzaam voel?
Begrijp je nu echt niet dat ik gewoon ‘gewoon’ wil zijn. Dat ik iets wil betekenen en verhaal wil maken?’

‘Begrijp je nu echt niet dat ik meer wil dan enkel ‘wachten’.
Wachten tot de wasmachine klaar is.
Wachten tot mijn gezin thuiskomt.
Wachten tot we samen kunnen eten.
Wachten tot het weekend is en ik samen, niet alleen, ben.
Of samen maar toch alleen.
Want er zijn trainingen en hobby's.
Er zijn sociale verplichtingen, hier en daar. Verplichtingen die ik vaak niet meedoe omdat mijn lichaam negatief reageert.
Er zijn uitjes met eigen vrienden en gezamenlijke vrienden. Uitjes die ik vaak cancel omdat ik er nadien nog dagenlang last van heb.

‘Lieve Grim, begrijp jij nu echt niet dat ik nog te jong ben om gewoon te wachten.
Begrijp je nu echt niet dat ik daarvoor nog té veel hoop?

Is gewoon ‘gewoon’ zijn, gewoon ‘omringd’ zijn, dan zoveel gevraagd van me?’

G:
‘Ik wil je wel begrijpen en ik steun je. Ik heb gewoon schrik.

Weet je wat, Helder: probeer het opnieuw.
Ik zal – moest het fout lopen - niet zeggen: ‘zie je nu wel’.
Beloofd!
Ik hoop oprecht dat we elkaar hierna niet snel moeten tegenkomen, al zal ik jouw nabijheid enorm missen.’
Succes gewenst!

 

Deel 2

H:  
'Grim? Waar ben je?
Had ik maar naar je geluisterd.
Ik weet het! Ik zocht te veel uitvluchten om toch niet te moeten toegeven dat ik het eigenlijk niet kan.

Wat is de zin om eenzaamheid te doorbreken wanneer je toch een buitenbeentje blijft.
Wat is het nut van mee te gaan op uitstap, wanneer je nadien zelfs water niet kan binnenhouden?
Wat is het nut dat je naar een feestje gaat en na een uurtje staat te draaien op je benen?
Wat is het nut van vrienden uit te nodigen wanneer je nadien doodop bent, maar toch niet kan slapen omdat nachtmerries het heft in eigen handen nemen.
Wat is het nut van blijven communiceren als je toch mis begrepen wordt?

Lieve Grim, waar ben je?
Ik mis jouw kompas.
Wandel je toch nog even met me mee?

G:
Ik ben hier! 
Weet dat ik jou nooit in de steek zal laten.
Ik zal er altijd voor je zijn om je de weg te wijzen
Vergeet niet dat ik een deel van jou ben.
Ik ben jij en jij bent ik: Dus lieverd, heb eens wat meer vertrouwen in jezelf!

H:
Ik weet het, Grim!
Dat vertrouwen komt wel terug wanneer ik meer energie heb. 

Weet je trouwens nog toen ik je ooit zei dat al die sociale contacten eigenlijk niet moeten van me?
Dat ik vaak twijfel of ik iets doe omdat het me energie geeft of ik iets doe omdat ik denk dat het verwacht wordt van me?
Ik moet me daar terug op focussen.

Ik hou wel van wat contacten én ik wil zeker het gevoel hebben ergens bij te horen.
Maar ik moet meer doseren en lossen.
Feestjes of wekelijkse bezoekjes hoeven niet voor me. Nu en dan eens afspreken met mensen die me echt 'zien', is eigenlijk meer dan voldoende.
Voor de rest wil ik genieten van de kleine dingen rondom me.
Een wandeling langs het water, een spelletje Rummikub in de avondzon, me laten verwonderen door zonsopgang ... Hier word ik veel gelukkiger van.

Grim, wat is eenzaamheid eigenlijk voor me?
Heeft eenzaamheid wel te maken met het aantal mensen rondom je?
Wordt eenzaamheid niet eerder bepaald door het aantal mensen dat je écht begrijpen?

Ik hoef geen grootste sociale dingen, ik kan oprecht meer genieten van kleine momenten.
Mijn dag kan ook bestaan uit kleine gelukjes i.p.v. alles op te bouwen naar het zogeheten maatschappelijk wenselijke, wat zo overweldigend kan zijn.


Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.